KLANTEN GEVEN
ZON BEWUST
GEMIDDELD EEN
8,5

Werking

Er zijn diverse manieren om zonnecollectoren toe te passen. 
Hieronder zijn de 2 meest toegepaste werkingen omschreven:

De werking van de standaard zonneboiler

Zonneboilers_werking_1De zonneboiler bestaat uit drie componenten: de zonnecollector, voorraadvat en de besturingsregeling. De besturingsregeling meet met temperatuursensoren het temperatuurverschil tussen de collector en de onderste laag in het voorraadvat. 
Indien het temperatuurverschil groter is dan 6 °C wordt de pomp aangestuurd. De pompsnelheid wordt door de besturingsregeling aangepast op het temperatuurverschil. De pompsnelheid kan variëren van 30% tot 100% . 
Wanneer het licht op de zonnecollector schijnt, wordt het lichtspectrum, middels de absorber in de collector, omgezet in warmte. Deze warmte wordt door geïsoleerde leidingen van en naar een warmtewisselaar (spiraal in het voorraadvat) getransporteerd (= rondpompen). 
De warmte wordt, in een gesloten circuit, aan het leidingwater in het voorraadvat afgegeven. Wanneer water wordt afgenomen (via de mengkraan, vaatwasser etc.) stroomt het leidingwater via een naverwarmer (bijvoorbeeld een cv-ketel) naar de tapkraan. De naverwarmer meet de temperatuur van het leidingwater in het voorraadvat en warmt het water, indien nodig, bij.

De werking van een zonnegascombi

De werking van een zonnegascombi Bij een zonnegascombi wordt zonne-energie en lage temperatuurverwarming gecombineerd. Dit is het meest effectief in het voor- en naseizoen. 
Het "zonzijdige" gedeelte van de zonneboiler is gelijk als de standaard werking. Het verschil met de standaard werking is dat in het voorraadvat in bovenlaag een extra warmtespiraal is geplaatst. De besturingsregeling meet met een extra temperatuursensor het verschil in temperatuur tussen de bovenste laag in de boiler en de retourleiding van de cv. 
Als de temperatuur in het voorraadvat een aantal graden hoger is dan de retourtemperatuur van de cv stuurt de regeling een drieweg-klep aan. Vervolgens wordt het verwarmingswater eerst door de bovenste warmtespiraal geleid (dus voorverwarmd) alvorens deze door de naverwarmer wordt verwarmd.

Noot: beveiliging voor vorst en oververhitting 
Door het toevoegen van een ATA KIWA-gekeurd antivries wordt het systeem beveiligd tegen bevriezing. Oververhitting wordt door middel van de besturingsregeling beveiligd. Wanneer het voorraadvat de maximale temperatuur van 90 °C heeft bereikt, stopt de pomp. Om ervoor te zorgen dat het tapwater niet met een te hoge temperatuur de naverwarmer verlaat wordt een thermostatisch mengventiel toegepast.